Ligt de Belgische federale congocommissie in een coma ?

 

Op 17 juli 2020 werd in volle BLM protestperiode in het parlement een onderzoekscommissie opgericht met de ambitieuze naam “Bijzondere commissie belast met het onderzoek over Congo-Vrijstaat (1885-1908) en het Belgisch koloniaal verleden in Congo (1908-1960), Rwanda en Burundi (1919-1962), de impact hiervan en de gevolgen die hieraan dienen gegeven te worden”.

 

Dit moest leiden tot een voorlopig rapport in december 2020 over de zaken waarover er historisch geen discussie meer zou mogen bestaan (alsof zo iets bestaat, zeker met de enorme verspreiding van de archieven die zich soms in zeer slechte staat bevinden of zelfs totaal verboden terrein zijn of verbrand werden). Maar zoals god de wereld schiep in slechts 7 dagen zou men hier dus een huzarenstukje afleveren door dit varkentje heel snel te wassen en alle ideologische, etnische en persoonlijke tegenstellingen tussen alle parlementairen en alle verschillende groepen onderzoekers en activisten over Congo-Zaïre-Democratische Republiek Congo en ook Rwanda met haar onverwerkte genocide en Burundi met al haar complexiteit in een paar maanden overbruggen.  

 

Men noemt dit het gebied van de Grote Meren maar het zou beter het gebied van de Grote Misère zijn aangezien zeker Congo ondanks haar enorme rijkdommen er helemaal niet in slaagt om ook maar enige stabiliteit en economische groei te verzekeren. Het is een palmares van palabre geworden dat neokolonisten de illussie geven dat onder de kolonisatie het allemaal veel beter was. Dit is wel hetzelfde zeggen als dat de criminaliteit onder Hitler veel lager zou gelegen hebben of dat landen zoals China een dictatuur nodig hebben om bestuurbaar te blijven.

 

Bescheidenheid is een gift maar het opzet van deze commissie is wel erg paternalistisch omdat je de geschiedenis van een dergelijk groot en complex gebied van een continent zomaar op een drafje zult een herschreven geschiedenis geven. Dit zou gebeuren door een selecte groep van professoren en onderzoekers die echter ook nog wel tientallen andere dingen te doen hebben, temeer daar ze door de toegenomen aandacht voor de kwestie nu overal ten lande worden gevraagd om te komen spreken of voor andere opdrachten. Niet dat we het hen kwalijk nemen want de fout ligt niet bij hen. Sommigen hadden trouwens al veel twijfels over de enormiteit van de opdracht.  

 

Nochtans heeft de kolonisatie zoals de NAZI bezetting een degelijke studie nodig indien we ooit erin willen slagen om in het reine te komen met onze eigen geschiedenis en een sterke basis willen leggen voor onze toekomstige samenleving. Na meer dan 60 jaar studie van de NAZI bezetting aan de hand van meestal redelijke archieven dankzij de bureaucratische obsessie van de Duitsers - ze waren trouwens de eersten die steekkaartencomputers gebruikten - bestaat er nog altijd discussie over de verantwoordelijkheden. Dit soort archieven is niet aanwezig voor het zoveel malen complexer Congo en Rwanda en hier zouden we ons er vanaf maken met een paar maanden studiewerk.

 

We hebben daarvoor trouwens een beperkte groep van experten maar voor het schrijven van wetenschappelijk verantwoord onderzoek heb je een begeleidingsgroep en zelfs een leesgroep en soms een oppositionele groep nodig (die juist het tegenovergestelde probeert te bewijzen). Maar nu moet het vlug gaan want men wil nog voor de verkiezingen scoren en het liefst bij iedereen al is dit onmogelijk. En zelfs indien het rapport er komt in de grootste geheimhouding zal het niet helpen bij het bewustwordingsproces dat maatregelen nodig zullen zijn.

 

Men gaat er trouwens ook te vaak vanuit dat een huidskleur of afstamming of herkomst doorslaggevender zijn bij het vormen van een opinie dan de ontwikkeling van je denkproces zelf dat daar totaal onafhankelijk van kan staan. Zo ga je vb ook zwarte mensen vinden die vonden dat de Belgen geen slechte kolonisatoren waren en dat al dat protest overdreven was. Blanken kunnen dit dan opportunistisch misbruiken en andere zwarten zullen hen dan als verraders beschouwen maar in feite gaat dit soort discussies voorbij aan de echte essentie van de opdracht. Het denken mag zich niet onderwerpen aan ras, herkomst, religie of hetzij wat. Indien men dit belangrijk onderdeel van onze geschiedenis wilt 'oplossen' zal men de stereotiepen moeten overstijgen.

 

De studie gaat ook uit van een andere foutieve veronderstelling, met name dat de rol en inmenging van België of haar bedrijven en militairen vb gestopt is juist na de onafhankelijkheid. We weten vb dat dit niet het geval is en dat Belgische huurlingen en soldaten ook nadien gefinancierd werden door Belgische bedrijven om in coördinatie met de Belgische regering te proberen om de rijkste provincie Katanga (waar nu al die Kobalt voor de GSM’s zit) af te snoepen en voor zichzelf te houden. Deze Belgische huurlingen waren ook betrokken bij de moord op de eerste democratisch verkozen premier Lumumba. Een zaak die nog niet is afgesloten door het Belgische gerecht al zijn ze nu eindelijk bereid om aan de familie het enige overgebleven stuk van het lichaam (een tand) aan de familie te geven zodat ze iets heeft om in de lege kist van zijn graf te leggen. Zelfs indien er een Lumumba commissie was die de Belgische betrokkenheid heeft onderzocht is er sindsdien veel meer beschikbaar materiaal. Men zou eindelijk ook eens Davignon kunnen oproepen om te getuigen want hij was zaakgelastigde. Maar dat gaat niet want deze commissie is van in het begin hier niet voor bevoegd.

 

Alsof dat nog niet genoeg was moeten ze ook een hele reeks voorstellen doen over hoe men het racisme moet bestrijden in België en hoe men de relaties tussen de gemeenschappen in België moet verbeteren en we hebben het hier nu eens niet over taalgemeenschappen. Dit is echter wel een totaal ander studieterrein dat er voor de galerij wordt aan toegevoegd. Dit soort kwesties moet worden behandeld door andere experten die op basis van de boekenkasten vol Belgisch en internationaal onderzoek hierover bruikbare adviezen kunnen opstellen. De vraag is niet of men het gaat doen maar wel wat men ermee zal doen want een hele serie van dergelijke onderzoeken is in het verleden al te vaak in de lade belandt.

 

Voorts moeten zij zich ook uitspreken over wat men met de propagandistische standbeelden van LeopoldII moet doen die de Belgische regeringen hier tot lang na diens dood overal plaatste om aan de internationale gemeenschap te proberen te tonen hoe populair de koning alsook zijn kolonisatie wel was. De Belgische bevolking moest zo permanent ingeprent worden hoe vruchtbaar en belangrijk die kolonisatie wel was al werd het geld amper gebruikt voor sociale voorzieningen en betere lonen of onderwijs. Tot aan de onafhankelijkheid werden overal lokale neokoloniale comités opgericht die lokale Koloniale dagen met militaire optochten organiseerden terwijl men op school probeerde de interesse voor het geheimzinnige maar fantastische Congo in te prenten met o.a. prentjes. De propagandistische doelstelling van de beelden van LeopoldII doorheen België was daar onderdeel van.

 

Sindsdien is er van het parlementair front geen nieuws, alleen dat zowel de voorzitter als de leden van de commissie persoonlijk nieuwe opdrachten, uitdagingen en belangrijke zaken aanpakken alsof men hoopt dat iedereen heeft vergeten dat er nog een Congo commissie is en wat die allemaal heeft beloofd.

 

Hiermee gooien we dus een steen in de volledig stille modderpoel want niemand heeft hierover een vraag gesteld en niemand heeft zich hier druk over gemaakt, net alsof iedereen wist dat dit zo ging verlopen en dat alle grootspraak van de voorzitter Wouter Devriendt bij zijn benoeming tot voorzitter voor de galerij en zijn eigen spiegel was. Op zijn minst had hij kunnen een verklaring afleggen over het uitstel.

 

We zijn benieuwd of er leden van de commissie of van experten zijn die willen praten of reageren. Ze zijn het wel verschuldigd aan de beweging en de kiezers.

 

De huidige situatie is immers volledig in tegenstrijd met de beloften in de basistekst die haar werking en doelstelling regelt

 

De vergaderingen van de commissie zijn in principe openbaar. Enkel de commissie kan op eigen initiatief  of op verzoek van de uitgenodigde personen beslissen te vergaderen met gesloten deuren.

 

Op de website van De Kamer staat geen enkele vergadering vermeld noch aangekondigd.

https://www.dekamer.be/kvvcr/showpage.cfm?language=nl&section=/pri/congo&story=commission.xml

 

Er wordt gestreefd naar een maximale transparantie en zichtbaarheid van de bijzondere commissie in de samenleving.

 

Er is momenteel geen enkele transparantie en zichtbaarheid. Met de vertraging van het eerste rapport dat in december al had moeten afgeleverd zijn (maar waarover niets staat op de website noch ook maar iets werd medegedeeld wat toch het minste zou zijn bij een ‘maximale transparantie’.

 

Het is niet omdat een aantal parlementairen en een select groepje van experts aan een rapport schrijven dat die daarom zal gedragen worden door de gemeenschappen. Het is enkel door een breed publiek debat dat de besluiten van de commissie zullen gedragen worden door een zo groot mogelijk aandeel van de bevolking.

 

Dus wat is de volgende uitspraak dan vandaag nog waard ?

 

In oktober 2020 wordt een eerste, tussentijds rapport van de experten verwacht, met "een stand van zaken met betrekking tot het bestaande historische onderzoek over het Belgische koloniale verleden en een aanzet tot erkenning en perspectieven", legt De Vriendt uit. "De parlementaire commissie zal dan het verdere onderzoekswerk bepalen, hoorzittingen organiseren en werken richting een finaal rapport met conclusies en aanbevelingen. De termijn hiervoor van één jaar is verlengbaar."

https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2020/08/06/bijzondere-kamercommissie-duidt-tien-experten-koloniaal-verleden/  

 

Het is tijd om hier duidelijkheid en transparantie over te brengen.

 

Reageren kan via vlaamsegeuzen@protonmail.com 

De informatieve commentaren worden opgevolgd en verwerkt.