Discussietekst : De gerechtelijke huiszoekingen en burgerjournalistiek

 

 versie 1   Mei  2020

 

Lange aanvullingen (ook anoniem of met vraag voor anonimiteit) vlaamsegeuzen@protonmail.com

 

Als het parket ergens binnenvalt en een individuele journalist/blogger aanpakt dan is onze eerste instinct van hem of haar altijd eerst te beschermen. Persvrijheid kan maar functioneren indien je persactiviteiten niet gevaarlijk worden voor je fysisch en psychisch welzijn van jezelf en van je familie daarom moeten het gerecht en de politie tegenover (burger) journalisten de nodige teruggehoudendheid en voorzichtigheid aan de dag te leggen. Dit betekent niet dat je onder het mom van persvrijheid hetzij wat kan doen en daar zijn regels voor maar het is hoe deze regels worden toegepast dat het verschil maakt. In België zijn bloggers en online activisten helemaal niet beschermd en hierover weigert de elite van de professionele journalisten een open gesprek te hebben. Sommige bloggers zijn ook in het verleden al hard aangepakt door het gerecht en zij reageren dan ook veel heviger als politie en gerecht andere bloggers aanpakken al is het omdat ze aan den lijve ondervonden hebben dat er een groot verschil is tussen de neutrale zin ‘dat het gerecht een onderzoek doet’ en de praktische consequenties daarvan voor henzelf en voor hun familie. Zij willen dan ook een stevig en grondig debat over de bescherming van bloggers en online activisten tegen juridische pesterij en onderzoeken.

 

Maar er zijn wel rode lijnen die moeten getrokken worden. Je moet feiten controleren voor je ze publiceert al ben je als blogger niet verplicht om ze te checken met de betrokken partij zoals een officieel erkend medium al was het omdat bloggers niet beschikken over dezelfde reeks medewerkers en financiële middelen om dat op een professionele wijze te doen. Maar dat ontneemt niet de plicht om het bewijs bij te houden van waar je de zaken vandaan haalt en van ze aan te passen indien kan bewezen worden dat je fout bent. Dat laatste is trouwens niet erg, iedereen maakt wel fouten maar het is wel fout om ze niet te willen veranderen als je weet dat ze fout zijn, zelfs zonder dat de betrokkene dat vraagt.

 

Een andere rode lijn is dat racisme en laaghartige persoonlijke aanvallen niet onder de noemer satire kunnen worden geklasseerd want dit zou hetzelfde zijn als de zogenaamde humoristische joodse karikaturen en teksten die de nazi’s publiceerden. Je mag wel ver gaan in satire en karikaturen maar er is altijd een rode lijn en in feite is dat je de afkomst of het geloof niet kan gebruiken als dat totaal geen rol speelt.

 

Satire kan ook maar werken als er een waarheid achter zit want zonder die waarheid is het moeilijk om op een geloofwaardige manier het grappige van de situatie of persoon te kunnen tonen, zelfs als je daarvoor wat verdraaiing of overdrijving nodig hebt. In het geval van tscheldt werd deze regel niet altijd gerespecteerd.

 

Goede satire zal de mensen ook niet volledig kwetsen in hun diepste geloof en zal ook een zekere verfijning aan de dag leggen en daarom vraagt satire altijd veel meer werk dan een gewoon artikel omdat je je stukken altijd verschillende keren moet herschrijven om ze volledig af te hebben. Bij tscheldt heb je veel het gevoel dat men het onmiddellijk geschreven heeft vanuit de onderbuik en op het internet heeft geplaatst alsof dat de beerput is.

 

Tscheldt zegt ook dat het voor de linkse mens is maar dit is propaganda want iemand die wat links is zal zeer snel doorhebben dat men hem of haar in feite permanent beledigt. Er is niks leuks aan tscheldt voor een linkse en zelfs maar democratische mens. Maar het is in dit geval wel zoals met jodengrappen. Als joden ze zelf over zichzelf vertellen kunnen ze er zelf mee lachen maar als een fascist ze vertelt zonder zelf ook maar enige zelfspot voor zichzelf te hebben, dan verandert het karakter van de grap volledig en is het niet grappig meer. ‘tscheldt is niet grappig maar is soms zuiver wat haar naam zegt : een scheldtirade rondom enkele echte of veronderstelde feiten.

 

Tscheldt vergelijkt zich soms met CharlieHebdo (maar enkel als die moslimterroristen en extremisten aanvallen en niet wanneer ze Le Pen aanvallen) maar om tscheldt te plaatsen op de Franse persscene zit ze dichter bij de extreemrechtse varianten van CharlieHebdo (dat trouwens gesplit is in twee verschillende tijdschriften met eigen redacties over het meningsverschil over wat er als satire nog  kan gepubliceerd worden). Ze zwijgen ook bij tscheldt over het enige echte satirische tijdschrift dat Vlaanderen ooit gekend heeft, De Zwijger van Grote Geus Johan Anthierens. Maar hij had een hekel aan extreemrechts en vlaamsnationalisme dat zelfs vandaag nog steeds collaborateurs probeert te restauereren. De selectiviteit van tscheldt in de keuze van haar referenties spreekt boekdelen.

Een andere moeilijke zaak is dat de artikels anoniem zijn en dat ze geen geïdentificeerde verantwoordelijke uitgever hebben. Dat laatste is niet nodig want zelfs als ze geen officiële verantwoordelijke uitgever hebben is het gewoon de persoon die de facturen betaalt die de eigenaar is en die moet controle uitoefenen op de inhoud om zijn verantwoordelijkheden en risico’s te beperken. Maar de verantwoordelijke uitgevers van tscheldt zijn dat niet die gulle Antwerpse immoboeren die al 200.000 euro of meer zouden gegeven hebben ? Op de site staat dat de verantwoordelijke uitgever bij de KUL, Rand en nog zo wat dingen heeft gezeten maar daar vinden we niets van terug. Het is alsof het een beschrijving is van een deel van de carrière van Gert de Mol.

 

Maar zelfs zonder een verantwoordelijke uitgever had een beetje ervaren online researcher snel kunnen vinden wie verantwoordelijk was of wie dit tijdschrift financierde en dus kunnen weten wie verantwoordelijk is. De afwezigheid van een officiële uitgever opgeven als reden voor de omvang van de operatie is dan ook redelijk fout.

 

Er is geen probleem met de anonimiteit of relatieve anonimiteit van de schrijvers. Bij een relatieve anonimiteit weten de bevoegde personen wel wie je bent maar wordt dat niet noodzakelijk bekend gemaakt aan het grote publiek en het is een praktijk die ook door sommige grote media worden gebruikt om hun journalisten een gemakkelijker privaat leven te geven. Alleen ontslaat dat niet de verantwoordelijke uitgever van de nodige controles en correcties uit te oefenen. Het feit dat een schrijver anoniem of onder eigen naam schrijft verandert niets aan zijn verplichtingen.

 

Een voordeel van de (relatieve) anonimiteit is dat de schrijver zich beter kan uitdrukken omdat hij niet direct moet vrezen voor aanvallen op zijn persoon. Het is een eeuwenoude traditie die men vandaag probeert te doen verdwijnen wat een enorme invloed zal hebben op de vrijheid van meningsuiting aangezien de juridische middelen die tegen je zelfs ten onrechte kunnen worden ingezet enorm zijn en veel mensen kunnen weerhouden om hun opinie nog online of in gepubliceerde vorm te kennen te geven. Hier hebben we het weeral niet over negationisme, racisme of haat die houdingen zijn maar over opinies met feiten en interpretaties maar die niet gebaseerd zijn op de haat voor een ras, afkomst, taal of godsdienst welke die ook mogen zijn.

 

Een andere reden dat een verantwoordelijke uitgever verantwoordelijk is dat zeker met alle nieuwe digitale mogelijkheden artikels en onderzoek steeds meer het resultaat zijn van samenwerking, van symbiose en collective intelligence waarin het niet langer mogelijk is om de input van elkeen nog duidelijk te omschrijven. Momenteel is het persrecht gebouwd op de individuele verantwoordelijk- heid van de schrijver en houdt ze nog onvoldoende rekening met dit soort samenwerking. De verantwoordelijkheid van de verantwoordelijke uitgever wordt ook hier kritisch belangrijk want hij of zij wordt verondersteld alles te (laten) controleren, opvolgen en corrigeren indien nodig. Het feit dat er bij tscheldt of bij ons geen verantwoordelijke uitgever is - zoals bij merendeel van dergelijke initiatieven - maakt het natuurlijk moeilijk om die verantwoordelijkheid persoonlijk te gaan vaststellen (en dan zwijgen we nog van opinie- en publicatieplatformen of van commentaren onder artikels).

 

Dit is natuurlijk geen probleem zolang er geen juridische klacht is en die klacht kan twee doelstellingen hebben. Of ze is de juridische uitdrukking van de wens om de eigen versie ook gepubliceerd te zien of om echte of zogenaamde fouten gecorrigeerd te zien. Normaal moet een site met of zonder verantwoordelijke uitgever een manier hebben om de redactie te contacteren en verwijdering of correctie te vragen indien je wordt vernoemd. Dit is zelfs bij gewone persoonlijke blogs zo sinds meer dan 20 jaren. Indien dit niet helpt moet je dan contact opnemen met de hoster of het platform en aantonen dat je geen reactie krijgt en dat de blog of site ingaat tegen de gebruiksvoorwaarden of onwettelijk is. Indien dit niet helpt dan ga je naar het gerecht en dan zullen die de aanvragen doen. Maar het is belangrijk om op te merken dat indien je totaal foute of vernederende informatie plaatst dat je een manier moet geven aan de betrokkene om met je in gesprek gaan of om zijn eigen versie te plaatsen - zelfs al ben je geen journalist of medium.

 

Bij het publiceren geldt niet alleen het voorzichtigheidsprincipe waarbij je toch een zekere checking doet van je bronnen vooraleer je dingen gaat publiceren. Wij houden altijd screenshots en versies bij van de sites of documenten waar we de informatie vandaan halen. Ze in de artikels verwerken zou veel te veel werk vragen en zou de artikels onleesbaar maken maar de basisinformatie is altijd beschikbaar. We vinden niets uit want dit is meestal niet nodig, meestal is de realiteit nog gekker dan je zou kunnen vermoeden. Maar dit wordt niet bij tscheldt gehanteerd.

 

Maar dat neemt niet weg dat de invallen wel degelijk een zware hamer zijn die werden gebruikt terwijl men wel redelijk snel had kunnen ontdekken dat Gert De Mol de verantwoordelijke schrijver was en dat de twee Antwerpse immo-boeren hier geld hadden ingestopt. Men had kunnen beginnen met deze drie heren uit te nodigen voor een gesprek. Misschien dacht men dat men ondertussen artikels zou laten verdwijnen maar door het voordien copiëren van de artikels was dit niet nodig geweest. Het is en blijft een zware voorhamer die misschien niet in verhouding stond tot de misdrijven maar misschien wou de onderzoeksrechter met al het andere veel belangrijker werk er snel vanaf zijn en was dit evenwel de snelste methode maar of het de beste methode is maar de vraag. Het is immers een redelijk traumatiserende ervaring om agenten in burger of uniform te zien binnenvallen in je huis en door elke kamer te gaan op zoek naar computers, telefoons en ander bewijsmateriaal dat je nadien in het kader van het onderzoek normaal gezien kwijt bent voor een paar jaren. Vandaar dat we dit een nogal zware ingreep vinden, onafhankelijk van de ranzigheid van de posts van tscheldt.

 

Het zal misschien de discussie over de bescherming van burgerpers en ook van het optreden tegen online racisme (ook bij de commentaren onder de artikels in o.a. van HLN waar men geen enkele filter heeft gezet) misschien weer doen opstarten. Maar de bloggers en burgerjournalisten in België hebben geen enkele vorm van bescherming en de erkende journalistenverenigingen lijken totaal geen zin te hebben om daar iets aan te veranderen terwijl deze burgerpers er in veel gevallen wel voor zorgt dat thema’s en onderzoeken in de actualiteit blijven en grondig worden uitgespit. Of tscheldt daar uitgenome de gelekte documenten over het onderzoek naar oa Sihame op alle vlakken aan beantwoordt is een andere vraag. In het onderzoek moeten de verschillende zaken en klachten wel duidelijk worden gescheiden.